Het is voor het eerst in de Malando geschiedenis dat er een trip naar China wordt gemaakt. En de 40-jarige orkestleider pakt meteen uit. Hij neemt een 38-koppig orkest mee. "Dat is de grootste bezetting tot nu toe. Normaal heb ik een groep van dertien man. Naar Duitsland en Japan gingen we vorig jaar al met 24 personen."
Het Malando-orkest heeft een rijke traditie. Danny’s grootvader begon het succesvolle ensemble in 1939. Zestig jaar later nam kleinzoon Danny het stokje over. Sindsdien stond Danny al in uitverkochte zalen als het Concertgebouw en Carre. Langzaam maar zeker begint de orkestleider een van onze internationale sterren te worden. Behalve in Duitsland en Japan toerde hij in 2006 ook al met veel succes door Finland. En nu is China aan de beurt.
Malando is druk bezig met de voorbereidingen. „Mijn manager heeft contact gezocht met een Chinees restaurant in Zandvoort. Ik zit daar nu twee keer per week. De mensen daar leggen me uit wat ik wel en niet kan doen, en met hen oefen ik mijn welkomstwoord voor mijn concerten. Ik wil de Chinezen in hun eigen taal kunnen toespreken.”
Ook worden er twee Chinese volksliedjes ingestudeerd. Danny wrijft in zijn handen: "Dat worden composities die iedereen in China kan meezingen en door alle artiesten in het land al ooit zijn gezongen. Als het een succes wordt en we terug mogen komen, dan beloof ik de volgende keer ook in het Chinees te zingen."
Dat zijn achttien jaar oudere collega Rieu bewust niet naar China gaat, vindt Malando niet de oplossing. „Ik heb groot respect voor die man, maar wat hier gebeurt, is ook niet altijd even pluis. Ik denk dat het hier af en toe ook heel communistisch is. En wegblijven lost niets op. Ik vind het leuk om onze muziek daar te laten horen. Maar om iets te wijzigen in het systeem, of de mensenrechten in het land aan de kaak te stellen, dat gaat mijn pet te boven.”